Alleen op pad

Er zijn van die momenten waarop je voelt dat je even moet ontsnappen. Niet aan iets specifieks, maar aan het alledaagse. Aan schermen die altijd aanstaan, gesprekken die je hoofd vullen, en de continue stroom van prikkels. Op zo’n moment boekte ik een ticket naar Noorwegen. Zonder vaste route. Alleen met een rugzak, een camera, een notitieboekje en voor het eerst mijn kleine DJI drone.

Ik wist niet precies wat ik zocht. Alleen dat ik het niet thuis zou vinden.

Stilte als bestemming

De eerste dagen waren onwennig. Geen agenda, geen wifi. Alleen ik, de wind en een landschap dat groter voelde dan ik kon bevatten. Ik sliep op een kleine camping aan het Lustrafjord. Toen ik daar voor het eerst wakker werd en de zon zag opkomen boven het stille water, wist ik: hier begint het pas echt.

Mijn eerste instinct was om het moment vast te leggen. Niet voor likes of volgers, maar voor mezelf. Om te onthouden hoe het licht over het water gleed, hoe de stilte bijna hoorbaar was. Ik maakte wat foto’s met mijn camera, en liet daarna voorzichtig mijn DJI drone opstijgen.

Een nieuw perspectief

Wat ik zag toen de drone eenmaal boven de fjord hing, was bijna onwerkelijk. De diepte van het water, de reflectie van de bergen, mijn eigen kleine silhouet op de oever. Fotografie is altijd mijn manier geweest om te vertragen, om écht te kijken. Maar dit was anders. De drone gaf me de kans om de wereld vanuit een perspectief te zien dat ik zelf nooit had kunnen bereiken.

Vanaf dat moment nam ik hem steeds vaker mee uit mijn tas. Niet elke dag. Alleen als het moment daarom vroeg. Soms vloog ik maar heel kort, om de rust van een plek niet te verstoren. Maar de beelden die ik vastlegde, hielpen me later herinneren wat ik daar voelde: verwondering, kalmte, vrijheid.

Fotografie als anker

Ik merkte dat ik anders begon te kijken. Mijn fotografie veranderde. Minder gericht op ‘mooie plaatjes’, meer op momenten die écht iets deden vanbinnen. De ochtendmist die over een vallei trok. Het spel van licht op een nat bergpad. De lijnen van een leeg landschap, gezien van boven.

Soms zette ik mijn camera neer op een steen, ging ik zelf even in het gras liggen en keek ik gewoon. Mijn drone vloog zachtjes een paar meter omhoog, zonder dat ik veel hoefde te doen. Alsof ik de plek even vanuit de ogen van een vogel kon zien.

Die combinatie van dichtbij en van boven gaf me een completer beeld. Niet alleen van de natuur om me heen, maar ook van mezelf in dat landschap.

Kleine ontmoetingen, grote indrukken

Onderweg ontmoette ik mensen met wie ik heel even mijn pad deelde. Zoals Anna, een wandelaar uit Duitsland, die nieuwsgierig werd toen ze mijn drone hoorde opstijgen bij een uitkijkpunt. Ze kwam erbij zitten, we raakten aan de praat en besloten samen een stuk verder te trekken.

Zij had geen camera bij zich. “Ik wil het liever alleen in mijn hoofd bewaren,” zei ze. Maar toen ik haar een paar beelden liet zien die ik had gemaakt van het fjord waar we net vandaan kwamen, werd ze stil. “Het is alsof ik het nu voor het eerst écht zie,” fluisterde ze.

Vertragen, loslaten, vastleggen

Niet alles ging soepel. Ik had een keer bijna geen batterij over op een plek waar ik net een magische zonsondergang wilde vastleggen. Een andere keer was het te mistig om überhaupt iets te zien, laat staan te fotograferen. En er waren momenten waarop ik gewoon vergat dat ik iets bij me had om mee te filmen, omdat ik zo werd opgeslokt door wat ik zag.

En weet je? Dat was ook goed. Soms moet je de camera laten liggen om een herinnering puur te houden. Maar als je hem dan toch gebruikt, is het mooi als je terug kunt kijken en weer voelt wat je toen voelde.

Thuis, en toch weer daar

Weer thuis bladerde ik door mijn foto’s. De beelden van mijn camera, de opnames van mijn drone. En het bijzondere was: ze hielpen me niet alleen herinneren wat ik zag, maar ook hoe ik me voelde. Alsof elk shot een klein stukje emotie had gevangen.

De landschappen leken bijna niet echt, en toch wist ik: daar was ik. Ik stond daar, ik voelde de kou op mijn wangen, de zon op mijn rug. En ik wist weer waarom ik die reis had gemaakt.

Wat ik van deze reis heb meegenomen? Dat het goed is om af en toe te verdwijnen. Om stil te worden. Om je blik te verruimen, letterlijk én figuurlijk. Fotografie hielp me daarbij. En ja, die kleine drone in mijn tas ook. Niet als hoofdrolspeler, maar als stille metgezel die me hielp herinneringen te vangen zonder ze te verstoren.

Dus als je ooit twijfelt of je de natuur moet beleven of vastleggen: kies voor beide. Op je eigen tempo. Met aandacht. En met een open blik, zoals de vogels die boven je zweven.